Japanse dichtvormen: Haiku’s

0

Simon Buschman

Uit: lezing 2007

De haiku is voor velen de meest bekende Japanse dichtvorm. Zij bestaat uit drie regels van 5-7-5 lettergrepen, zonder bedoeld rijm of maat. In de haiku valt een natuurbeeld of -impressie samen met een diepe emotie, beleving of overpeinzing.

Japanse haiku’s[1]

Uit de schaduwen
van alle aardse dingen:
de maan van heden.

Nangai

Opnieuw maar vergeefs
opent hij zijn snaveltje
– O, jij, vogeljong.

Issa
Basho door Hokusai [3]

Reizend werd ik ziek;
over verdorde velden
dwaalt mijn droom, verder.

Basho

De eend kwam boven;
al wat onder water was
stond in zijn ogen.

Joso

Hij wordt gebroken
en gebroken; toch blijft hij,
de maan op het water.

Choshu

In de lentezon
zit een lamme bedelaar
en kijkt gelukkig.

Kito

De lange schaduwen
van graanzaaiende boeren
in de avondzon.

Buson

De slang slipte weg,
maar het oog dat naar mij keek
blijft na in het gras.

Kyoshi
vogelverschrikkers in een rijstveld [4]

Wanneer de maan schijnt:
wat lijken zij op mensen,
de vogelverschrikkers.

Shiki

Nederlandstalige haiku’s[2]

De dag dat het brak
klonk het porseleinen bord
doffer dan daarvoor.

Saskia de Boer

Tot in de heuvels
neemt de wind de geuren mee
van zilt en zeewier.

Adri van den Berg

Golven die komen
nemen het water weer op
van golven die gaan.

Johanna Kruit

Een fazantenhaan
loopt met zijn kleuren alleen;
en telkens die roep!

Piet Zandboer

Pas als er sneeuw ligt
bemerk ik het roodborstje
bij de hagendoorn.

Clara Timmermans

Onder een ijsvlies
schemert op de vijvergrond
het rood van karpers.

Piet Dietze

Bij elke windvlaag
raakt dat beetje reiger daar
danig verfomfaaid.

Dit schamel onkruid
redt het in almaar schaduw,
bloeit zelfs een beetje.

Dit is zo’n morgen
dat zonlicht op het water
roerloos liggen blijft.

Na een fikse bui
staat het moe gewerkte paard
te dampen in de zon.

Lang roept een koekoek –
en intussen trekt de zee
van het eiland weg.

Na de broodmaaltijd
schuift hij wat kruimels bijeen
en maakt figuurtjes.

Ach, kijk nu toch
hoe dit katje over sneeuw loopt –
er gaatjes in zet.

Met open snavel
zit een mus in de schaduw
van een kindergraf.

Simon Buschman
  • Haiku – Een jonge maan, vertaald, ingeleid en toegelicht door J. van Tooren
  • Senryu – De waterwilgen, idem J. van Tooren
  • Tanka – Het lied van Japan, idem J. van Tooren
  • Hoog uit het blauw, van Tooren en Smon Buschman
  • Liefde rond, liefde vierkant – Zeven eeuwen Koreaanse poëzie, vertaald, ingeleid, toegelicht door Frits Vos
  • Als dauw op alsembladeren – Het verhaal van een Japanse vrouw uit de elfde eeuw, idem Frits Vos
  • Een nieuwe vijver – Gedichten van de excentrieke Zen-priester Ryokan (1759-1831), idem Frits Vos
Noten

[1] Uit: Haiku – Een jonge maan, J. van Tooren, Meulenhoff, 1994, 9e druk
[2] Uit: Simon Buschman, Haar blauwe vulpen – Haiku en senryu, 1978-1997, De Beuk 1998, ISBN 90-6975-352-2
[3] Bron: Basho door Hokusai
[4] Bron: vogelverschrikkers in een rijstveld

Simon Buschman

verzorgde samen met 50-90 medeauteurs zeven boeken over levensthema’s. Ter afsluiting van deze reeks: Langszij de tijd – Opgaan in vergetelheid. Hierna stelde hij uit eigen tanbuns, renga’s, haibuns een bundel samen met ruim 175 teksten. Bij een vijftiental schreven vier medeauteurs persoonlijke reflecties.

Schrijf een reactie