De Innerlijke School van de Soefi Beweging

0

Ameen Carp

De Soefi-gedachte, 2012-12
Hazrat Inayat Khan

De Innerlijke School is één van de eerste activiteiten die Hazrat Inayat Khan ontwikkelde in zijn Londense periode (1915-1920). Men hoort dikwijls de vragen: Wat is de Innerlijke School? Waarom heet het een school? Wat leert men daar? Wat is inwijding? Waar gelooft een soefi in? Is het een religie? Wat is de relatie tot de Islam? Gelooft een soefi in een persoonlijke of een abstracte God? Wat is geestelijke hiërarchie? Wat is de ziel?

Er komt een tijd in het leven van een mens. dat hij of zij zich afvraagt wat de zin van het leven is. Waarom worden wij op aarde geboren? En wat wacht er op ons als wij ons lichaam afleggen? Is er dan een verder leven in een andere sfeer? Wat kunnen wij doen om antwoorden te krijgen op deze en vele andere levensvragen?

Om deze antwoorden te kunnen ontvangen en begrijpen dienen wij ons voor te bereiden op een innerlijke reis. Net als met een uiterlijke reis, moeten wij ons goed voorbereiden. Wat nemen wij mee? Hoe laten wij alles achter waar wij verantwoording voor dragen? Hoe lang dient de reis? En wat is het doel van deze reis?

Om antwoorden te ontvangen op deze vragen, begrijpen wij dat het verstandig is een ervaren gids te zoeken. Iemand die men respecteert en vertrouwt. Als het verlangen om deze reis te gaan maken groeit in ons hart, komt er een moment dat heel sterk is en besluiten wij om de stap te wagen en wij vragen om inwijding in de Innerlijke School. Wat is inwijding? Het is het zetten van een eerste stap in de richting, waarvan men innerlijk aanvoelt dat die naar het doel van het leven zal leiden. Het is te vergelijken met een reis, een innerlijke reis. De inwijding is een welkom in de kring van leerlingen, het is een zegening.

Er volgen gesprekken met de inwijder, een man of vrouw met ervaring op dit geestelijk gebied. Men stelt vragen en de inwijder geeft antwoorden, raadt het lezen van enkele soefiboeken aan en geeft enkele eenvoudige oefeningen. Wat zijn deze oefeningen en wat doen ze? Het zijn eenvoudige ademhalingsoefeningen om je lichaam, maar ook je gevoelens en je gedachten zuiver te maken. Als je deze oefeningen gaat doen, merkje dat ze je kalm maken. Er ontwikkelt zich in je een verlangen om je zo zuiver mogelijk te maken en een eigen levensritme te ontwikkelen. Je gaat nadenken over je adem. Wij mensen ademen automatisch in de hele dag en ook in de nacht. Maar bewust adem te halen en te beseffen datje levenskracht uit de ruimte tot je trekt en daarmee je longen en je lichaam reinigt en vernieuwt, dat is een nieuwe ervaring. Maar je adem is niet alleen zuurstof maar ook levenskracht. Dat wat de hindoes ‘prana’ noemen en door de Chinezen ‘chi’. We ademen dus niet zo maar lucht in, maar energie, levenskracht. En het gaat niet alleen om levenskracht, maar ook om licht, vreugde, dankbaarheid.

Men voelt zich verfrist, gereinigd, vernieuwd. Maar waar komt die adem vandaan? Uit de oneindige ruimte om ons heen. Daar is leven in die ruimte. Een geweldig reservoir van ijle, immateriële levenskracht, die ons voedt, onderhoudt en niet alleen mensen, maar alle geschapen wezens: vogels, dieren, planten, alles wat geschapen. Door deze oefening dagelijks bewust te doen, zuivert men zijn wezen en ongemerkt treedt er een verdieping op. Je ontdekt dat er achter de wereld van vormen en verschijningen een innerlijk leven schuil gaat. Je gaat inzien dat het uiterlijke leven een leven aan de oppervlakte is. Naast deze eenvoudige ademhalingsoefeningen geeft de inwijder je de soefigebeden Saum en Salat, gebeden tot God en tot zijn profeten, tot de geest die de mensen leidt, de geest van leiding.

Gelooft een soefi dan in een Opperwezen, die het leven schept, onderhoudt en weer tot zich trekt? Ja, een soefi gelooft dat er die oneindige levengevende kracht is. Hoe moet men die zich voorstellen? Zoals men wil. Er bestaat geen vaste Godsvoorstelling in het soefisme. Er zijn zoveel Godsvoorstellingen als er mensen zijn. Als een soefi in een God gelooft, is het soefisme dan een religie? Het antwoord is dat het soefisme geen religie is, maar een religieuze levensfilosofie. Als men het een religie wilt noemen, noem het dan ‘de religie van het hart’, aldus Hazrat Inayat Khan.

Wat is de relatie tussen het soefisme, dat Hazrat Inayat Khan bracht en de Islam? Als men een encyclopedie raadpleegt wordt daar meestal verklaard dat soefisme de esoterische tak is van de islam. Ontegenzeggelijk zijn er nog steeds vele soefi- orden, die zich geheel op de islam baseren. Dit is niet het geval met het soefisme dat Hazrat Inayat Khan bracht, dat respect heeft voor alle religies, voor alle heilige boeken en alle profeten. Het laat iedereen volledig vrij zijn eigen geestelijke weg te gaan. Het leert ‘geestelijke vrijheid’. Inayat Khan moedigde mensen aan om niet hun eigen religie te verlaten maar het soefisme te beschouwen als een verdieping daarvan. Dit soefisme wordt wel ‘Universeel Soefisme’ genoemd of soms ‘Westers Soefisme’, wat een verkeerde benaming is omdat dit soefisme voor de hele mensheid is.

Terug naar de Innerlijke School. Door de gebeden te zeggen, richt de leerling zich op die ene universele geest, die men De Ene, Het Enig Wezen, God, Allah, Brahma, Ahura Mazda, enz. kan noemen. Het menselijk hart wordt geopend voor verering, verheffing, nederigheid. De inwijder zal wellicht de ingewijde leerling ook enkele woorden of zinnen met een diepere betekenis geven om zachtjes te herhalen en om nader te overdenken. Dit is geen intellectuele oefening, maar een begin van een meditatieve levensinstelling. Iedere dag wordt er tijd vrij gemaakt om de ademoefeningen te doen, de gebeden te zeggen, de woorden of zinnen te herhalen en om stil te zijn.

Als men ingewijd is in de Innerlijke School krijgt men toegang tot de zogenaamde Gathaklassen, waar de Gatha’s (= gewijde leringen) worden gelezen, overdacht, waar gebeden worden gezegd en oefeningen worden gedaan. Er wordt niet gediscussieerd en men luistert aandachtig met een open hart.

Enkele malen per jaar is er een gesprek met de inwijder, die de oefeningen bespreekt en eventuele problemen behandelt, die de leerling op de reis kan zijn tegengekomen. Deze gesprekken zijn strikt vertrouwelijk en er ontstaat een bijzondere relatie tussen inwijder en leerling. Een relatie van respect, vertrouwen en aanvaarding. Een bijzondere band ontstaat.

Als de inwijder bespeurt dat de leerling groeit in inzicht, toewijding en bewustwording, zal er een volgende inwijding volgen. Zo gaat men van de ene inwijdingsgraad tot de volgende. Dit verklaart ook het gebruik van het woord ‘school’. Net als op school gaat men van klas tot klas, zodra de leraar ziet dat de leerling de stof begrepen heeft.

Naarmate de reis vordert, groeit er inzicht in het eigen wezen. Men heeft het instrument van het lichaam met de vijf zintuigen, men heeft het hart om gevoelens te ontvangen en uit te zenden; men heeft een denkvermogen om praktische en abstracte gedachten mee te kunnen formuleren; men heeft een geheugen, men heeft de wil en het gevoel van de eigen identiteit (het ego).

Hazrat lnayat Khan gebruikt het begrip ‘mind’ voor deze vijf vermogens. Een moeilijk te vertalen woord wat echter soms met ‘psyche’ wordt vertaald.

De leerling leert allengs beter zijn ego te Ieren kennen en beheersen. Dit ego heeft men nodig, maar kan ook tevens een gevaar zijn door zijn overheersende neiging. Geleidelijk ontwaakt de leerling tot het besef van het hogere zelf. Dat element in de mens, dat de mens voert naar het hogere, het nobele, het onzelfzuchtige, het verheffende. Zo wordt ‘het kleine zelf geleidelijk minder dominant en groeit ‘het hogere zelf.

Dit hele groeiproces leidt ook tot de vraag: ‘Wat is nu mijn diepste kern?’
Hazrat lnayat Khan legt uit dat de diepste kern van de mens zijn ziel is, een lichtstraal uit de eeuwige bron van licht; deze ziel is het bewustzijn, de intelligentie en de adem van de mens. De ziel is altijd verbonden met het alomtegenwoordige bewustzijn. De menselijke ziel is dus een deel van dat bewustzijn, waar de hele schepping deel aan heeft. De ziel kan de mens niet zien, maar wel ervaren in een diepe, meditatieve toestand, waarin men de vrede, vreugde, verrukking van de wereld van de ziel leert kennen.

Om dit pad van de Innerlijke School te willen gaan, moet de mens bereid zijn zich over te geven aan de leiding van een leraar. Dit houdt in dat de leerling bereid moet zijn eerdere meningen op te geven, opdat de geest vrij is om het nieuwe inzicht op te nemen. Het is dus een proces van ‘ont-leren’. De beker van de mind moet leeggemaakt worden, opdat de beker opnieuw gevuld kan worden. Het verlangen naar inzicht in de zin van het leven moet zo sterk zijn dat men graag de tijd vrij maakt om de oefeningen te doen, de gebeden te zeggen, te mediteren. Het betekent een verandering van je leven.

De grote opgave blijft steeds ‘het onware zelf te beheersen en het geleidelijk minder te laten worden, opdat ‘het hogere Zelf (het licht) sterker mag worden.
In het mooie, nieuw verschenen soefiboek ‘Het voorrecht mens te zijn’ lezen we:

‘Het hele doel van de soefi is om denkend aan God zijn onvolmaakte zelf te bedekken, zelfs voor zijn eigen ogen, en dat ogenblik wanneer God voor hem staat en niet zijn eigen zelf, is voor hem het ogenblik van volmaakte verrukking!’

Zo gaat de innerlijke reis steeds verder. Voor hem of haar, die deze weg wil gaan, wachten ontelbare ervaringen en ontdekkingen. Voor hem of haar die nog niet de innerlijke stem hoort om die weg te gaan, is er de mogelijkheid om te vragen om opname in de soefi broeder-zusterschap, waardoor men zich verbonden weet met alle mensen ter wereld. Eén grote, menselijke familie, verenigd in het besef van eenheid. Dat geeft kracht en vreugde!

Wite (Ameen) Carp

werd in 1949 ingewijd in het soefisme. Hij richtte in 1966 uitgeverij East-West Publications op, dat later Sufi Publications is geworden. Hij was vijftig jaar leider van het centrum voor universeel Soefisme in Den Haag en gedurende 32 jaar, tot 2014 voorzitter van de Soefi Beweging Nederland.