Dweep niet met Nisargadatta

0

Mieke Berger

Costa Rica, 2007, bron: Tijdschrift InZicht, inzicht.org

Persoonlijke herinneringen verhullen waar het om gaat

Nisargadatta Maharaj [1]

In het verleden (o.a. in Inzicht nr. 4 december 2001, ‘Ontmoetingen met Sri Nisargadatta’) is al ruim aandacht besteed aan Sri Nisargadatta Maharaj. In een aantal boeiende artikelen werd verslag gedaan van de persoonlijke herinneringen aan ontmoetingen met Maharaj. Hoe leuk ook, deze anekdotische aanpak, verhult naar mijn smaak waar het in wezen omgaat. Dat is niet de persoon van Nisargadatta, noch de persoon van degene die aan zijn voeten zit, maar wel wat zich in het moment voltrok. Daarom ben ik blij dat in dit nummer de andere kant, niet de herinnering, maar de innerlijke ervaring aan bod komt.

Als we spreken over Sri Nisargadatta Maharaj, overvalt me altijd een gevoel van dankbaarheid. Ik ben dankbaar dat het levensspel mij aan zijn voeten heeft geplaatst. Terugdenkend aan die tijden zijn het niet zozeer de herinneringen aan de ontmoetingen met Sri Nisargadatta Maharaj als fenomeen die dit gevoel in mij oproepen, maar iets dat essentieel anders is.
Herinneringen betreffen altijd gebeurtenissen in tijd en ruimte en worden ook weer herbeleefd in tijd en ruimte. Ze gaan daarom altijd over fenomenen die zich in de wereld van oorzakelijkheid afspelen. Natuurlijk kun je herinneringen hebben aan Sri Nisargadatta Maharaj als fenomeen: dan beschrijven we zijn omgeving in het ‘red light district’ waar telkens weer naar wordt verwezen, zijn uitspraken, zijn doordringende blik, de bidi’s die hij rookte, zijn felle uitvallen, gevoel voor humor enz. enz. Vanzelfsprekend kan ook ik mij die herinneringen levendig voor de geest halen, maar zij doen er feitelijk in het geheel niet toe. Zij vormen allemaal niet de essentie waar het in de ontmoetingen met de Guru om ging en om gaat.

De essentie waar het in ontmoetingen om gaat

De essentie van de ontmoeting ligt veeleer in de wonderlijkheid van de gebeurtenis in het moment. Een gebeurtenis die een heel moeilijk te omschrijven beleving, herkenning bij de aanwezigen oproept. Daar kom ik straks op terug.

Maar laten we eerst eens kijken naar de totstandkoming van die ontmoetingen als gebeurtenis die meestentijds op zich al wonderbaarlijk zijn. Ogenschijnlijk is er een reeks van toevalligheden die ertoe leiden dat je plotseling oog in oog staat met de Guru. Achteraf kun je niet anders dan concluderen dat je daar zelf geen enkele stem in hebt gehad.

Het begint met een drang die ervoor zorgt dat je in aanraking komt met omstandigheden, waarop je ‘ikje’ móet reageren. Die reactie is precies zoals die is, en kan niet anders zijn dan die is. Het is een automatische respons op onze omgeving vergelijkbaar met het terugtrekken van onze hand als we een hete kachel aanraken. Drang, reactie en resultaat (ontmoeting met de Guru) vormen tezamen een onvermijdelijke en onpersoonlijke gebeurtenis, waarover je geen zeggenschap hebt. Wat moet gebeuren, moet gebeuren.
Dit geldt voor de bezoeker en geldt evenzeer voor de Guru. Nergens in dat spel is er sprake van een persoonlijk acteren. De ontmoeting is de gebeurtenis die zich in het moment, op de grens van ‘buiten tijd en ruimte’ en ‘binnen tijd en ruimte’ voltrekt. Er is besef dat het moment zich zó en niet anders, kan en moet tonen. In dat moment vervallen de grenzen tussen Guru, bezoeker, omgeving.
Er is slechts één gebeurtenis, onpersoonlijk en daardoor zonder ‘personen’ en paradoxaal genoeg: niet te beschrijven en onbeschrijfelijk. Er is wel een beleven, herkennen, maar geen Guru, geen Nisargadatta als persoon en geen bezoeker.

De innerlijke beleving van een ontmoeting laat zich niet beschrijven

Kunnen we die beleving onder woorden brengen? De innerlijke beleving van een ontmoeting met Sri Nisargadatta (of andere Guru’s) laat zich niet beschrijven. Beschrijvingen alweer betreffen fenomenen in tijd en ruimte, terwijl de essentie van de ontmoeting er in ligt dat je als het ware meegezogen wordt naar een onbeschrijfelijke onderdompeling juist buiten tijd en ruimte. Een onderdompeling in en realisatie van wat je werkelijk bent, maar wat je niet kunt kennen. Hoewel het een vergeefse zaak is, bezondig ik me ook aan een al bij voorbaat mislukte poging te beschrijven wat niet gekend kan worden. Wie niet van paradoxen houdt, mijde de non-dualiteit.

Het wonderbaarlijke van een ontmoeting met Sri Nisargadatta is dat je als het ware plotseling kan beseffen, dat je niet het ‘ikje’ bent dat slechts een speelbal is van een sterkere kracht maar dat je in essentie die kracht bent. Er is een besef van eenheid die bestaat uit ‘buiten tijd en ruimte’ (Subject) die een projectie ‘binnen tijd en ruimte’ (subject/object) omvat en mogelijk maakt. Een herkennen van dat wat je altijd al was en altijd zult zijn.

Maar beter is het misschien om dat Sri Nisargadatta zelf te laten vertellen in zijn onnavolgbare compacte wijze van duiden:

‘Onderzoek, wie je was vóór je geboorte en wie je bent na je dood’.

Dát ben je en het tijdelijke ‘ikje’ dat geboren wordt en sterft, kan dat niet beïnvloeden, net zomin als het blad aan de boom dat ontspruit en sterft, terwijl de boom doorgaat met leven. Als dat beseft wordt, kan er een plotselinge verschuiving optreden, hoe je de wereld beschouwt en ervaart.
Dat is als ervaring een stuk concreter en laat zich ook beter beschrijven. Je beseft dat het ‘ikje’ niet kan ontsnappen aan zijn rol in het leven, binnen tijd en ruimte, gebonden als het is aan de tegenstellingen, die zich in alle gedaanten voordoen en die noodzakelijk zijn om het wereldse spel zich te laten spelen. Licht/donker, boven/onder, warm/koud, armoe/welstand, groot/klein, pijn/comfort etc.

De belangrijkste daarvan is vermoedelijk de tegenstelling angst — vooral voor de dood en de tijdelijkheid van het bestaan — en verlangen. Dit is de basis van het lijden, hetgeen synoniem is met ‘ego’ of het ‘ikje’. We (de ‘ikjes’) verlangen ernaar om het lijden achter ons te laten en het plezier zonder onderbreking vast te houden. Dat is onmogelijk. Zonder pijn geen plezier en andersom.
Als we ons identificeren met ons ‘ikje’ en denken dat we ons ‘ikje’ zijn, lijden we dubbel. Eén keer omdat lijden van het ‘ikje’ een ‘condition humaine’ is (lijden is onvermijdelijk) en nog een keer omdat we denken dat we er wel aan kunnen ontsnappen, terwijl dat telkens tot onze frustratie niet lukt.

Dankbaar dat me dit inzicht is toegevallen

Met het inzicht dat we nu al zijn wat we voor onze geboorte waren en na onze dood zullen zijn, valt in elk geval het tweede lijden weg. Noem het acceptatie. Noem het de herkenning dat niets betekenis heeft, dat niets ertoe doet, dat je er niets aan kan doen en dat het leven desondanks zijn leven leeft. Voor dat inzicht ben ik dankbaar. Geen dank verschuldigd aan Sri Nisargadatta Maharaj of welk andere Guru dan ook als persoon, nee ik ben gewoon dankbaar dat me dit inzicht is toegevallen, punt. Dankbaar voor de herkenning, voor het feit dat iets van binnen resoneert waardoor het inzicht kan worden ontvangen. Zonder een dergelijke resonantie, zou waarheid niet herkend kunnen worden en wellicht Inzicht gezien worden als iets idioots, uitgedacht door escapistische warhoofden, die ze niet allemaal op een rijtje hebben en voortdurend in paradoxen praten.

Het onpersoonlijke karakter van deze ontwikkeling

Ik wil nog maar een keer het onpersoonlijke karakter van deze ontwikkeling benadrukken. Het is niet zo dat je ‘bewust’ ervoor ‘kiest’ om in contact te komen met je Guru. Of je deze wel of niet ontmoet, valt volledig buiten je (‘onze’) persoonlijke wil, ook al lijkt het soms anders, bijvoorbeeld als wat het ‘ikje’ wil toevallig eens samenvalt met wat er zich in werkelijkheid afspeelt. Daar ligt een grote valkuil, die ertoe kan leiden dat het ‘ikje of ego’ waarvan we menen dat we er niet langer mee geïdentificeerd zijn, in alle kracht zijn positie herovert.

Het kan zijn dat je er (naar modern woordmisbruik) ‘trots’ op bent dat je Sri Nisargadatta nog ‘persoonlijk’ hebt ontmoet. Dat kan er voor zorgen dat je jezelf opwerpt als degene die in de ‘lijn’ van Nisargadatta onderricht gaat geven. Soms gaat het zover dat men claimt ‘geïnitieerd’ te zijn door Sri Nisargadatta, iets dat furieus door hem ontkend zou worden. Guru’s initiëren niet. Een Guru kan niets doen, kan geen initiaties geven en al helemaal geen verlichting schenken.

Als verlichting ‘gebeurt’ dan is dat een onvermijdelijke gebeurtenis, waar elk persoonlijke interventie ontbreekt. Als het gebeurt, gebeurt het tegen wil en dank. Er zijn slechts samenkomsten óp en binnen een moment, waarop inzicht kan ontstaan. Of niet. Dat is wat aangeduid wordt met satsang.

IJdelheid is het laatste obstakel voordat inzicht zich voltrekt. Hoe meer men zich laat voorstaan op het persoonlijke contact met de Guru, hoe verder weg het Inzicht. Nogmaals het gaat niet om de herinnering aan het fenomeen, de ontmoeting met een persoon. Het gaat om de gebeurtenis op dát moment waarin met geluk Inzicht kan ontstaan.

Juist Maharaj zou er op wijzen dat zijn rol ondergeschikt is. Zijn advies is telkens weer: Onderzoek wie je bent, geloof mij niet omdat ik het zeg, maar ga op onderzoek uit. Zoek uit of het klopt wat ik zeg.
In zijn eigen woorden:

‘Ik vraag je niet om mij te vertrouwen, hoor de woorden en stel ze op de proef.’

Als het inzicht neerdaalt en gerealiseerd wordt wie of wat we zijn, namelijk de Eenheid waarin verscheidenheid geprojecteerd wordt, zien we ook in dat er geen verschil is tussen U en ik, tussen de Guru en mij.
Nisargadatta bestaat niet. Dweep niet met Nisargadatta.

[1] Bron: Nisargadatta Maharaj

Mieke Berger

Wolter Keers heeft Mieke Berger op het pad van Sri Nisargadatta Maharaj gebracht, en ze heeft hem na de eerste introductie veelvuldig bezocht. Het leidend uitgangspunt in werk en leven van Mieke is Advaita Vedanta. Al meer dan 50 jaar concentreert haar werk zich op begeleiding bij zingevingsvragen en het bevorderen van existentieel welzijn.