Soefi stromingen

Hoofdredactie

Onder het soefisme worden diverse stromingen binnen en buiten de islam verstaan.

Mystieke stromingen

De mystieke stromingen hebben zich vanaf de zevende eeuw in het Midden-Oosten ontwikkeld. Waar het ‘soefisme’ als term in de 18e eeuw opduikt als een van buitenaf gegeven benaming, beduidt het vanuit de traditie zelf afkomstige woord ‘tasawwuf’ vooral een innerlijke leerweg, een vorm van sociaal ingebedde levenskunst.

Literaire-poëtische stroming

Farid al-Din ‘Attar – foto Joke Koppius

Ook een literaire-poëtische stroming maakt deel uit van deze wijsheidstraditie, zoals Farid al-Din ‘Attar (omstreeks 1145-circa 1220). De naam ‘Attar betekent ‘essence van rozen’. Hij was islamitisch van geboorte als zoon van een apotheker met een parfumwinkel. ]

Hij werd een verhalenverteller en bewandelde het mystieke pad na een ontmoeting met een onbekende derwisj (het Perzische woord voor het Arabische faqir[1]). Deze man verontrustte hem door de bevreemdende blik waarmee hij naar zijn uitgestalde waren keek.
Toen Attar hem vroeg weg te gaan antwoordde de derwisj dat hij dat gemakkelijk kon doen, gezien dat zijn enige bezit het lichte kleed was dat hij droeg. Toen sprak hij Attar aan hoe hij al zijn kostbare waar dacht mee te kunnen nemen als zijn tijd van vertrek zou zijn aangekomen. Dit aanspreken betekende voor Attar een ‘bekeringservaring’, een wending op zijn levensreis.

‘De conferentie van de vogels’ — Manṭeq al-ṭayr — is zijn bekendste verhaal, waarin een Simurgh, een mythische vuurvogel ofwel Phoenix, op een vergelijkbare wijze als de derwisj voor Attar figureert, namelijk om als ‘koning’ zijn ‘volgeling’-vogels aan te spreken en wakker te schudden, om te beseffen dat zij en de Simurgh één zijn.
{link game for wisdom}.

Jalāl al-Dīn Rūmī

Rumi, tekst uit de Mathnawi [2]

Misschien wel de belangrijkste soefi is de Perzische filosoof, dichter en mysticus Jalāl al-Dīn Rūmī (1207-1273) en de door diens zoon gestichte Mevlevi-orde met het bekende ritueel van de dansende derwisjen in hun witte gewaden. In Rumi’s liefdeskwatrijnen spelen onder meer de beelden van de vervoerende liefde tot de Vriend (God), wijn en dronkenschap, als symbolen voor de mystieke extase.
Jalal al-din (glorie van het geloof) al-Rumi betekent letterlijk ‘de Byzantijn’. Hij predikte over de zedelijke en islamitische wetten, zoals de traditie die opleggen, totdat Shams-e Tabrizi hem van repliek diende dat dit slechts ‘de buitenkant’ betrof. Het zou gaan om de eenwording van kenner en gekende, gezien vanuit het perspectief van absolute kennis, opdat de mens van diens beperkte zelf wordt bevrijd. Deze ontmoeting bracht Rumi in vertwijfeling en hij trekt zich terug van zijn tot dusverre gevolgde pad en islamitische geloof.
Hij raakt zodanig in vervoering van Sham en diens visie, dat hij lyrische werken schrijft: de Divan-e Shams-e Tabrizi en mystieke poëzie, verzameld in de Mathnawi. Betekenisvol ondertekent hij zijn dichtwerken met de naam van Sham, als ‘Zon van Tabriz’, gezien dat hij zijn lezers wil verlichten met het licht dat Shams-e Tabrizi uitstraalt.

Mullā Ṣadrā

Mulla Sadra [3]

Mullā Ṣadrā — Ṣadr Ad-dīn Ash-shīrāzī (circa 1571 Shiraz-1640 Basra) — is een Perzisch filosoof, theoloog en wetenschapper, die de (Perzische) culturele renaissance in de 17e eeuw leidde. Hij kwam uit een belangrijke familie uit Shiraz, voltooide zijn opleiding in Isfahan, in die tijd het belangrijkste culturele en intellectuele centrum van het land.
Hij was de voornaamste vertegenwoordiger van de Ishrāqī, de School van Isfahan.
Hij schreef filosofische, theologische en mystieke werken. Zijn belangrijkste werk al-Asfar al-arba‘a (de vier reizen) bevat het grootste deel van zijn filosofie.
Mulla Sadra stelt in zijn natuurfilosofie dat het hele universum — behalve God en zijn Kennis — zowel eeuwig als tijdelijk zijn. De natuur zou de substantie van alle dingen en de oorzaak van alle beweging zijn. Daarom vormt zij de voort-durende verbinding tussen het eeuwige en het geschapene.

Universele stroming

Een ‘universele’ stroming binnen de soefi-leefwijzen is geïnitieerd door de Indiase mysticus Hazrat Inayat Khan (1882-1927).
Deze stroming streeft universele harmonie, liefde en verzoening na tussen religies van Oost en West. Dit soefisme ziet zich dus niet als islamitisch.

  • britannica.com/biography/Mulla-Sadra
  • Mulders, P. (2007) “Rumi’s Mathnawi: Winkel van Eenheid”. Uit: Filosofie en Literatuur in Oost en West, FOW-ISVW zomerweek juli.
  • Mulders, P. (2012) “Mijn plaats is het plaatsloze”, uit: lezing Zendo, Amsterdam, juni.
  • plato.stanford.edu/entries/mulla-sadra/
  • Wessels, A. (2001) Islam verhalenderwijs. Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds.

[1] Wessels, A. (2001) Islam verhalenderwijs. Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds, p. 149.
[2] Bron: Rumi Mathnawi
[3] Bron: Mulla Sadra

2018-01