Confucianistische stromingen

Hoofdredactie

De leer van Confucius vormt de hoofdstroom van de Chinese filosofie. In die leer staan de sociale organisatie, de groepsmoraal, het gezonde verstand en de praktische kennis voorop.
De leer is een deugdenethiek met leefregels hoe het leven goed te leven.

De leer van Kong Fu Zi — door de Jezuïeten indertijd verlatiniseerd tot Confucius — dateert van rond 500 vC.
De leer spreekt van een bovenindividuele morele orde, ‘de hemel’. Deze is evenwel niet bovenmenselijk (zoals de christelijke hemel) maar bevindt zich tussen mensen: het betreft een houding van oprechtheid naar zichzelf en deugdzaam handelen in de familie, in de gemeenschap, tussen staten en in de maatschappij.
Hoewel er confucianistische tempels bestaan is er geen geestelijke orde van priesters, die op de juiste interpretatie en praktisering van ‘de canon’ toeziet.

Confucius, Chinese schildering (17e eeuw) [1]

Deugden ethiek

In deze zin is het confucianisme te verstaan als een deugden ethiek, met een meer legalistische en een meer morele interpretatie van leefregels hoe het leven goed te leven.

Een belangrijk motief in de leer van Confucius is het terugbrengen van de nood van de tijd — van onderling strijdende staten — naar eenheid en vrede. Als raadgever van de vorstenfamilie zijn de opgetekende gesprekken van Confucius een weg (dao) hoe dit te bereiken.

Morele interpretatie

Waar een morele interpretatie uitgaat van een natuurlijke morele ordening en ‘de edele mens’ staat voor innerlijk adeldom, daar gaat een legalistische interpretatie uit van de letterlijke interpretatie van ‘junzi’ als zoon van een vorst. Die visie stelt dat de morele orde in een staat in laatste instantie geen natuurlijke grondslag heeft maar door rituelen en wetten en uiteindelijk door strijd gehandhaafd dient te worden.
Wel benadrukt Confucius dat de sociale en maatschappelijke verhoudingen door natuurlijke ondersteund dienen te worden en daarvan niet te ver mogen afwijken. In die zin zou loyaliteit voor familiebanden soms voorrang verdienen boven ‘burgerlijke’ deugden en plichten.

Tegenover de wijze en de edele mens staat ‘de kleine mens’, die alleen eigen belang nastreeft.
In elk geval neemt het deelnemen aan riten en rituelen in de levenskunstige leer van Confucius een belangrijke plaats in ten behoeve van het bestendigen van de morele orde en het cultiveren van medemenselijkheid.


韬 光 养 喙 。-  Tāo guāng yǎng huì!
Verberg (je) capaciteiten bij voorkeur onder een sluier!

Uitleg:

养 – yǎng

betekent eigenlijk voedsel/voeden, maar bij uitbreiding kiezen/de voorkeur geven aan.

Dit is een voorbeeld uit de Confuciaanse wijsheid van hoe de bij de Chinezen ingewortelde bescheidenheid (groepsdenken) wordt aangeprezen, in contrast met de Westerse (individualistische) aanmoediging je licht niet onder een korenmaat weg te zetten (Matteüs 5:15).

Bij de Chinezen ligt wijsheid in het zich conformeren aan de traditie (geen nieuwlichterij), in het Westen hebben we daarentegen onder invloed van Socrates, het Protestantisme en de Verlichting geleerd zelf te denken.

Paul Mercken

  • Bor, J. en Leeuw, K.L. van der (red. 2008) 25 eeuwen Oosterse filosofie, teksten toelichtingen, Amsterdam: Boom
  • Defoort, C.& Standaert, N. (2009) Tien stellingen tegen Confucius. Het pleidooi van de Chinese wijsgeer Mozi. Kapellen: Pelckmans/ Klement.
  • Leeuw, K.L. van der (1994) Het Chinese denken, geschiedenis van de Chinese filosofie. Amsterdam: Boom.
  • Leeuw, K.L. van der (2006) Een inleiding in de leer van Confucius. Amsterdam: Ambo.
  • Leeuw, K.L. van der (2008) Mencius, inleiding, vertaling en commentaar. Budel: Damon
  • Schipper, K. (2014) Confucius, de gesprekken, gevolgd door Het leven van Confucius door Sima Qian (circa 145-86 vC) vertaling en toelichting. Amsterdam: Uitgeverij Augustus.
  • Yu Dan, (2006) Confucius voor elke dag. Lessen over vriendschap, vrijheid en verlangen. Amsterdam: Uitgeverij Balans.
Noot

[1] Confucius uitspraken over regeren en gedrag werden gevoed door zijn persoonlijke moraal

2018-01