Een kleine kerstvertelling

0

Over het mysterie van de muziek

Gerard Wijers

Verteld voor koor in ’t Gooi, december 2016
herders bij nachte [1]

In 1852 schreef en publiceerde Joseph Alberdingk Thijm het bekende kerstlied ‘De herdertjes lagen bij nachte’; waarschijnlijk een bewerking van een tekst uit een 17e-eeuwse liedbundel. Thijm schrijft dat het lied in de 17e eeuw door arme kinderen gezongen zou zijn langs de straten van Utrecht. De waarschijnlijke oorsprong van het lied ligt veel verder terug in de tijd, in het evangelie van Lucas. Ik zal de betreffende passage voorlezen, interpreteren en verbinden met onze wekelijkse zangavond hier in Bussum.

Keizer Augustus heeft voor het hele rijk een volksregistratie en telling bevolen. Jozef en zijn hoog zwangere vrouw Maria reizen daartoe naar Bethlehem. Dan staat er: En het geschiedde, dat zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zou, en zij baarde haar eerstgeboren zoon en wikkelde hem in doeken en legde Hem in een kribbe, omdat voor hen geen plaats was in de herberg. Er waren herders in diezelfde landstreek, die zich ophielden in het veld en des nachts de wacht hielden over hun kudde. En opeens stond een engel des Heren bij hen en de heerlijkheid des Heren omstraalde hen, en zij vreesden met grote vreze. En de engel zei tot hen: Weest niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die heel het volk zal ten deel vallen: U is heden de Heiland geboren, namelijk Christus, de Heer, in de stad van David. En dit zij u het teken: Gij zult een kind vinden in doeken gewikkeld en liggende in een kribbe. En plotseling was er bij de engel een grote hemelse legermacht, die God loofde, zeggende: Ere zij God in den hoge, en vrede op aarde bij mensen des welbehagens.

In dit verhaal wordt een onderscheid gemaakt tussen de menselijk-maatschappelijke orde en de Goddelijk-natuurlijke orde. De eerste wordt vertegenwoordigt door de Romeinse keizer met zijn volkstelling en door de herberg. De tweede orde manifesteert zich in de voederbak voor de dieren waarin het kind wordt gelegd, in de nachtelijke zorg van de herders voor hun kudde en in het plotselinge verschijnen van de engel met zijn hemelse legermacht. Het kind wordt geboren in de Goddelijk-natuurlijke orde, bij de dieren, tussen de os en de ezel volgens de overlevering; in de herberg is geen plaats voor hem en zijn ouders. Misschien hebben sommigen van jullie in de engel des Heren Gabriël herkend, de engel van de annunciatie en van de natuurwetmatig verlopende cyclus van geboren worden, groeien, afnemen, sterven en weer geboren worden. Het primaire proces dat zich afspeelt in de duistere diepte van ons onbewuste en gesymboliseerd wordt door de voortdurend veranderende schijngestalten van de maan. Het verschijnen van Gabriël en zijn legerschaar is onverwacht, plotseling en ontzagwekkend in tegenstelling tot het optreden van machthebbers in de menselijk-maatschappelijke orde, dat immers gebonden is aan de conventies van het ons vertrouwde rollenspel. Muziek kan ook zo’n ontzagwekkende, overrompelende indruk op ons maken, kan onze ziel losmaken uit de sleur van de dagelijkse gewoontes en tijdelijk meevoeren naar andere, diepere en hogere, dimensies van de werkelijkheid. Ik vind het dan ook volkomen begrijpelijk en aanvaardbaar dat Alberdingk Thijm in zijn bewerking van het kerstverhaal, de sprekende engelenschare heeft vervangen door een zingend engelen koor.

de herdertjes lagen bij nachte [2]

Mijn moeder kende de mysterieuze invloed van de muziek. Het was een bron van troost en vreugde in haar leven. Ze zong als jonge vrouw in het Amsterdams toonkunstkoor o.l.v. Mengelberg, volgde zanglessen bij Corrie Bijster en droomde van een carrière als zangeres. De oorlog, mijn geboorte en de echtscheiding van mijn ouders maakten een einde aan die droom. Wat bleef was de hoop dat ik haar gemankeerde ambities alsnog zou realiseren. Jarenlang volgde ik pianolessen als voorbereiding op een maatschappelijke rol waartoe ik mij echter helemaal niet geroepen voelde. De beoefening van de klassieke muziek verloor haar betovering door alle nadruk op pianospelen en zingen als maatschappelijke prestatie. Het wekte uiteindelijk zoveel weerstand in mij en spanning in de relatie met mijn moeder dat ik er mee kon stoppen. Die weerstand voel ik nog iedere woensdagavond voor Anke en ik naar onze wekelijkse koorrepetitie gaan. In de loop van die avond voltrekt zich meestal de wonderlijke omslag van muziek beoefening als maatschappelijke opgave naar zingen als meebewegen met de natuurlijke onderstroom van ons bestaan, naar zingen als afstemmen op het engelenkoor dat de herders in de kerstnacht hoorden. Woensdagavond na afloop van de repetitie zeg ik bijna altijd: Hè, weer heerlijk gezongen.

Ik hoop dat wij het zingen in ons koor zullen blijven beleven als een welkome onderbreking van de maatschappelijke plicht, als een tijdelijk herstel van de verbinding met de natuurlijke veranderingscyclus in de diepte, het onbewuste proces waaraan onze aardse ontwikkelingsweg is gebonden. Ik hoop ook dat wij ons dan zo nu en dan verwant zullen voelen aan de herders, die de engelen in de kerstnacht hoorden zingen.

Ik wens jullie mooie kerstdagen en een plezierige jaarwisseling.

Noten

[1] herders bij nachte
[2] Uit: “Nu zijt wellekome”, Utrecht: JAH Wagenaar

Gerard Wijers

begon zijn loopbaan als psychotherapeut, raakte betrokken bij arbeidsongeschiktheid en ging uiteindelijk verder als arbeidspsycholoog. Hij is geïnteresseerd in de eisen die de postmoderne samenleving stelt aan de mens op weg naar en in het arbeidsproces. Eerst als medewerker van een para-universitair instituut, later als directeur van het IBLP heeft hij bijgedragen aan de vernieuwing van concepten, methoden en instrumenten voor de praktijk van de beroepskeuze en loopbaanpsychologie. Daarnaast werkt hij als loopbaancounselor, coach en trainer.

Schrijf een reactie