Hans de Louter

Hans de Louter
Hans de Louter

Hans de Louter (1956), luthier: Sinds 1986 ben ik professioneel instrumentbouwer, iemand die voor anderen hun snaarinstrumenten bouwt, repareert en restaureert. Mijn vakgebied is eigenlijk ‘luthier’, wat vroeger ‘luitenbouwer’ betekende, maar tegenwoordig bouw ik met name violen, altviolen, gitaren, mandolines, sisters en Ierse bouzouki’s.

Hoe ben ik nou luthier geworden? Toen ik dertien was speelde er een film in de bioscopen en dat was ‘Woodstock’, een fantastische film, gaande over een driedaags festival in de Verenigde Staten van Amerika. De Indiase musicus Ravi Shanhar met zijn sitar heeft hier zijn opleving in gehad en toen ik thuis kwam ben ik naar de Koninklijke Houtvesterijen gegaan om daar een blok hout te gaan kopen. Het was lekker vers en de naam van dat hout is mij ontschoten, maar dit heeft wel gezorgd voor een nieuw instrument, met wel een heel bedenkelijke oorsprong.

Op het gebied van ‘luthier’ ben ik een autodidact, wel heb wel een vakopleiding pianotechniek en -stemmen afgerond. In mijn studententijd ben ik drie jaar in Amsterdam gestudeerd en heb daar alles op het gebied van piano’s, vleugels en klavecimbels geleerd. Gedurende de volgende zes jaar ben ik daarna in dienst geweest bij een pianozaak, waarbij voor drie dagen als pianostemmer en technieker, voor de andere drie dagen heb ik mij als luthier geschoold, om het luthierschap daarna voltijds te gaan doen.

Als materiaal gebruik ik vele houtsoorten; voor gitaren ligt de keuze vaak op Indisch palissander, ebben of sparrenhout, voor de violen esdoorn, ebbenhout en voor het bovenblad, de fijnspar. De klant heeft vrij veel invloed op het bouwproces, uiteraard gaat alles wel in onderling overleg, om zo tot een gezamenlijke oplossing te komen.

De naam ‘Antonio Stradivarius’ kennen veel mensen wel als een beroemde vioolbouwer, maar niet zozeer waar het door gekomen is. Vioolbouw is een vakgebied met vele onderdelen. Men mag goed op de hoogte zijn van: gereedschapsleer en het bewerken ervan, de akoestiek van het hout, de ‘Formen-Sinn’ (er is geen Nederlandse vertaling voor deze ‘vloeiende vormen’ van de corpus) en De Gulden Snede. Het leuke van dit idee is dat de meeste vioolbouwers in één of twee onderdelen vrij goed in zijn geworden, maar Stradivarius was een meester op al deze gebieden.

Bij De Gulden Snede is een verhouding, tussen het grote naast het kleine deel te houden en ze te vergelijken met het geheel. Hierdoor ontstaat een wonderlijke symbiose tussen de verschillende delen van bijvoorbeeld een viool. Voor de wiskundigen tussen ons a:b=b:(a+b).

www.hansdelouter.nl

Wijsheden van Hans de Louter

 

 

Tags: